Zomaar Op Straat #7 – op pad met Harriëtte

Zomaar Op Straat #7 – op pad met Harriëtte


29 maart 2021, Rotterdam. Liselot (regisseur / theatermaker), Stefan (Creative producer) en Catherine (onderzoeker Erasmus Universiteit) Tekst door Catherine. Foto’s door Liselot. Zomaar op Straat is als theatrale interventie een onderdeel van ons project rondom het thema ‘armoede’.

We bellen aan bij Harriëtte. Het is maandagmiddag en prachtig weer; zonnig en warm, de lente breekt door. Het lukt Stefan niet om aan te bellen, hij drukt op het verkeerde knopje. ‘Wat is het wachtwoord’ vraagt Harriëtte door de intercom als het ons is gelukt, en ze laat ons binnen. Boven verwelkomt ze ons lachend op de galerij. Liselot is wat later, ze had haar bus gemist.

‘Nou, jullie komen nóóit meer’ zegt ze als we binnen zijn, ze schudt met haar handen om te laten zien hoe spannend ze het vond. Ze lag ‘s nachts te denken: wat gaan ze vragen, wat moet ik vertellen. ‘Nou gewoon precies wat jij wilt vertellen’, antwoordt Liselot wanneer ze binnenkomt. ‘Maar wat een leuke buurt Harriëtte, echt een buurt voor jou.’

Het huis is licht en vol met planten. ‘Dit is mijn stulpje’, zegt Harriëtte, ze laat zien waar alles is. Ze vindt het wel erg ‘vierkanterig,’ zegt ze. Soms wordt ze er wel eens gek van. Ze woont hier sinds 2015. Vroeger had ze een koophuis op het Noordereiland, met haar ex. ‘Echt zo’n poppenwoning.’ Dat had niet zo’n prettige afronding – hij hield het huis aan, zij ging tijdelijk bij haar ouders wonen. Daarna ontmoette ze haar ex-man, de vader van haar zoon, en met hem woonde ze in Rijswijk en Zoetermeer. Na de scheiding, in 2015, kwam ze in IJsselmonde terecht. Twee vrienden hielpen haar het huis opknappen. Alles in de woonkamer heeft ze zelf verzameld en gemaakt. Ze woont hier met de poes, Lily, maar Lily heeft zich verstopt toen de bel ging.

Op de muur hangt een rek in de vorm van een hart met heel veel foto’s. Veel van haar zoon, hij wordt in oktober 12. De laatste tijd wil hij niet meer zoveel langs komen, ‘de computer is interessanter dan mama.’ Er hangt ook een foto van haar oma. Zij is al over de 90. Harriëtte straalt als ze over haar praat. ‘Met haar kan ik ietsje meer praten dan met m’n moeder’, vertelt ze later.

Harriëtte is geboren in Suriname. In 1979 vertrok ze met haar ouders naar Nederland. Ze weet nog dat ze uit het vliegtuig keek: ‘Oh, sneeuw!’ ‘1979, dat was een heftige winter’, zegt Stefan. Ze verhuisden naar Vlissingen, naar haar stiefvaders huis. Op de eerste dag dat ze naar school ging, stond ze daar buiten – met koude tenen, koude oren. Liselot vraagt wat ze nog weet van Suriname. ‘Ik mocht niet veel’, zegt Harriëtte. Maar ze weet nog: spelen in de regen. Ze had toen lang, dik haar, dat kon ze dan lekker in de regen wassen. Maar als het gevlochten moest worden: ‘Ik jankte, ik huilde.’ Zat haar moeder uren aan haar haar, en alles ging met brylcreem. ‘En dat is geen vet voor ons haar.’ Haar moeder woont nu in Capelle, in een serviceflat; haar stiefvader in Suriname. Hij kreeg heimwee en ‘iemand die heimwee kreeg naar zijn geboorteland, dat is niet leuk.’ Ze waren blij dat hij ging. Met haar broers en zussen heeft ze ook niet veel contact, zeker nu met corona is het ‘allemaal even wat minder geworden, echt superminder.’ ‘Ik weet ’t allemaal niet en ik bemoei me niet.’, zegt ze.

‘Je ouders brengen je hier voor een toekomst’, vertelt Harriëtte. En ze heeft ook gevochten voor die toekomst; haar diploma’s gehaald; werkervaringen opgedaan. ‘Ik heb m’n beroepen gedaan, gevochten, maar ik was er niet altijd happy.’ Ze had altijd toch het gevoel: ik kan meer. Ze blijft zich afvragen waar ze terecht was gekomen als ze wat meer steun had gehad. ‘Je hebt een beetje weinig back-up gekregen’, zegt Stefan. ‘Achteraf gezien…ja’, zegt Harriëtte.

Haar biologische vader heeft ze nooit gekend. ‘Ik voelde het als kind al aan, je bent niet mijn vader, je lijkt ook helemaal niet op mij.’ Elke zomer ging ze op vakantie bij haar oma in Assen. Aan haar vertelde ze dat ze het gevoel had dat haar stiefvader niet haar echte papa was. Een jaar later heeft haar oma het verteld.

Later heeft ze wel een zoektocht gedaan, ze woonde toen in Rijswijk. Ze had Spoorloos aangeschreven en met de informatie die zij haar gaven, heeft ze hem uiteindelijk ook even aan de telefoon gekregen. Haar moeder heeft ook even met hem gepraat, luchtig. ‘Ik heb heel kort maar krachtig gesproken’, vertelt Harriëtte, maar ze blijft met de geschiedenis worstelen – dat is de barrière. Nu is ze alle informatie ook weer een beetje kwijtgeraakt, misschien schrijft ze nog eens naar Spoorloos. En haar moeder? ‘Zij is toch de missing link in dit verhaal’, vraagt Stefan. Er is toch ‘altijd een beetje geslotenheid’, zegt Harriëtte. Haar moeder wil er niet veel over vertellen. Toen ze via via eens op onderzoek uitging in Suriname, werd ook daar de schaamte opgehouden. ‘Potverdorie, ik sta nu voor je, en toch is de deur weer dicht’, zegt Harriëtte. Er is nooit echt een antwoord. ‘Ook daar is een gesloten deur.’ Het zou niet alles oplossen als ze zou weten wie haar vader is, maar ze blijft zich afvragen of ‘het misschien daarmee te maken heeft,’ dingen in zichzelf, botsingen, bepaalde zwakheden. ‘Wie ben ik echt, waar komt echt mijn DNA vandaan? Waarom voel ik me in bepaalde dingen zwak?’

Misschien heeft iedereen het wel, maar ze voelt een gevecht in zichzelf. Wie ben ik in de maatschappij, ‘een zoektocht naar m’n eigen.’ Vanaf het moment dat ze op zichzelf ging wonen werd ze vrijer, ze ging uit, maar ze heeft nooit echt antwoorden gehad. Natuurlijk, je leeft ook gewoon, je doet je ding – verstand op 0 en gaan. Ze ging naar de kerk. ‘Je doet wel je dingetjes’, sommige dingen uit gewoonte, andere dingen bewust. ‘Maar wie ben ik echt?’ Het zit diep, denkt Harriëtte. Misschien voelt ze zich ergens minder, niet gezien, misschien is het toch DNA. ‘Ik voel ook dat er een gat zit ergens, dat ik niet opgevuld krijg.’ Ze moet bijna huilen, maar ze wil het niet, dat was niet het plan. ‘Ik zit nu maar ik heb het facking aan m’n rug ook gewoon.’ Liselot masseert Harriëtte’s schouders.

‘Lastig ook lijkt me’, zegt Stefan, en hij vertelt over zijn moeder, die ook nooit heeft geweten wie haar vader was. ‘Je krijgt ’t nooit compleet, je kan er niks mee, het is een vijand waar je niet tegen kan vechten.’

‘En wat helpt jou?’, vraagt Liselot. Harriëtte wordt blij van zingen, van creativiteit, van wandelen en fietsen. Ze doet nu mee aan project Ijsbrekers en heeft daarvoor foto’s gemaakt van de wijk en een brief geschreven aan een denkbeeldige buurgenoot die ze graag beter zou willen leren kennen. Ze leest hem voor. ‘Ik zie je vaak voorbij racen op je fiets maar daarom schrijf ik je een brief. Een brief racet niet voorbij.’ Ondertussen appt de buurman, ‘een hele gezellige buurman.’ Ze heeft hem ook gevraagd voor op de foto, en hij stuurt een spraakbericht of we al zijn geweest. En wat is jullie relatie, vraagt Liselot. Harriëtte antwoordt met een knipoog, maar meer krijgen we niet te weten. ‘Ik heb ‘m gezegd, je zou ook een hele goede voor het theater zijn’, zegt ze nog.

Het is tijd om creatief aan de slag te gaan; om naar buiten te gaan. Het is prachtig weer. Liselot maakt foto’s van Harriëtte op haar balkon. Het staat er vol met kiemplantjes. De foto lukt snel; we gaan naar buiten. Het is er warm, echt lente. De achterkant van de flat staat in de zon, we fotograferen vanaf het grasveld. De buurman durft toch niet naar buiten te komen. Jammer, we zijn nu wel heel benieuwd. Het licht is prachtig en Harriëtte ook, maar verder is er niemand buiten. De balkondeuren staan wel open, maar de buren houden zich verborgen. We gaan zitten op het gras. ‘Dit is de beste dag tot nu toe, qua weer’, zegt Liselot. In de zomer is het vol met kinderen, en zonnebadende vrouwen, vertelt Harriëtte.

Ze belt aan bij de buurvrouw met de kleurige was. Ze komt naar haar balkon, de foto is zo gemaakt. We blijven zitten op het gras, Stefan maakt een polaroid. Dit is echt zo’n foto die je later terugvindt in een album, zegt hij, waar je je dan van afvraagt wat het ook alweer precies was. Harriëtte vertelt over de buurt en haar dromen – ze zou wel willen sparen voor een huisje op de begane grond, een huisje met een tuin. Maar vandaag voelt voor mij ook als vakantie in de achtertuin.

Zomaar op Straat

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Zomaar op Straat is als theatrale interventie een onderdeel van ons langdurige project rondom het thema ‘armoede’. Het eerste project binnen dit thema is de voorstelling Zomaar een Straat (2019/2020). Een voorstelling met, door en voor Rotterdammers die te kampen hebben met armoede. Met een groep van 14 ervaringsdeskundigen zouden wij deze voorstelling in alle Huizen van de Wijk van Rotterdam spelen. Vanwege corona werd het repeteren en spelen met zo’n grote groep steeds moeilijker. Juist nu is het zo belangrijk verhalen met elkaar te blijven delen, elkaar te blijven opzoeken. Vanuit de toenemende urgentie om aandacht voor dit thema te blijven houden, besloten we niet Zomaar een Straat te spelen, maar elke week een theatrale interventie te plegen; Zomaar op Straat. Benieuwd naar onze voorgaande delen. Je kan ze teruglezen door gebruik te maken van de onderstaande hyperlinks:

Zomaar op Straat #1 – op pad met Aryan

Zomaar op Straat #2 – op pad met Catherine

Zomaar op Straat #3 – op pad met Julia

Zomaar op Straat #4 – op pad met Annuska en Meaghan

Zomaar op Straat #5 –  op pad met Marjorie en Precious

Zomaar op Straat #6 –  op pad met Mistica


Deel deze pagina: