Zomaar op Straat #6 – op pad met Mistica

Zomaar op Straat #6 – op pad met Mistica


15 december 2020, Rotterdam. Liselot (regisseur / theatermaker), Stefan (Creative producer) en Catherine (onderzoeker Erasmus Universiteit) Tekst door Catherine. Foto’s door Liselot. Zomaar op Straat is als theatrale interventie een onderdeel van ons project rondom het thema ‘armoede’.

We zijn onderweg naar Mistica vanaf de tramhalte. Een rode truck rijdt langs met lichtjes; een kerstman zwaait vanuit de bijrijdersstoel. Liselot en ik staan voor de deur op Stefan te wachten als Mistica in een geelgroene auto aan komt rijden; ze zwaait. Die auto hadden mijn ouders vroeger ook. Binnen doen we onze schoenen uit, en trekken de slofjes aan die Mistica ons geeft. De vloer is koud, zegt ze. Ze vraagt of we thee willen. ‘Ja, lekker!’ roept Liselot vanaf de wc.

Dan belt Stefan aan. Liselot doet open. ‘Er stond een vreemde man voor de deur, ik heb hem maar binnengelaten.” Als we eenmaal in de woonkamer zitten met thee en koffie – Mistica en Liselot op de bank, vol paarse kussentjes, Stefan en ik aan de glimmend zwarte, ronde tafel – begint Mistica met vertellen. Als we een paar uur later terugrijden naar het theater vertelt Liselot dat ze wel een avondvullende voorstelling met Mistica zou willen maken. In haar woonkamer schrijf ik mee met haar monoloog, pagina’s vol. Af en toe schud ik mijn hand uit.

Mistica is hiernaartoe verhuisd uit Spijkenisse. ‘Ik mis het echt hè.’ Vroeger, toen ze jong was, ‘gisteren’, hield ze van drukte, kon ze erin opgaan. Maar nu is er stilte. Dat heeft ze ook nodig; ze woont hier rustig. Ze heeft geleerd om met weinig te doen, vertelt ze. We weten dat ze financieel krap zit. ‘Zolang je niet in de situatie bent weet je niet hoe je moet wandelen.’ Maar er zijn potjes voor alles. De situatie laat iets anders ook niet toe, en het is moeilijk, ‘maar we zijn in de leerproces en de dankbaarheid is het beste wat je jezelf kan geven’, zegt ze.

Iedereen heeft het moeilijk nu. Dat merkt ze ook op haar werk met Marjorie. Eerst kwamen er vooral volwassenen, nu zijn het jongeren. Kinderen van 18 jaar, 19, met 20.000 euro, 30.000 euro schuld. Dat is hard, ze vindt het zwaar. Ze vertelt dat je het al ziet aan hun houding als ze binnenkomen, ‘zo desperate.’ Niet iedereen kan het, in deze tijd. ‘Maar we zijn bestemd voor deze tijd, ik zou geen andere willen.’ Maar het is zwaar voor de jongeren, zeker als hun ouders het ook niet weten. Mistica betrekt haar zoon bij wat er in huis gebeurt. Dat deed ze vroeger bij haar dochter niet. Maar het is wel moeilijk voor hem. Ze leven van 70 euro per week, daar moeten ze wel mee eten, drumles, kleren… ‘En hij is kapot lang.’ Langer dan iedereen hier in huis. Ze zou het makkelijker voor hem willen maken. Ze zorgt dat hij zo min mogelijk tekort komt. Maar alles wat je doet om jezelf te leren kennen, de film, de stad, alles kost geld.

Vanaf februari moet ze nog twee jaar bij de kredietbank. Als ze mensen één raad mag geven als ze gaan trouwen: ‘Pak een notaris. Maak die beperking compleet.’ Niet in gemeenschap van goederen trouwen dus. En niet omdat je niet van iemand houdt. En je trouwt niet om te scheiden. Maar gewoon, uit zelfbescherming. Mistica trouwde 3 jaar geleden met haar man. Na alles wat er was gebeurt had ze daarvoor verwacht dat ze alleenstaand door het leven zou gaan. En toch. We hebben het over haar relatie als Liselot een zonnetje ziet en vraagt of Mistica wil verplaatsen. Mistica praat door terwijl Liselot foto’s maakt. Liselot vindt het niet normaal, ‘Mis is zo fotogeniek, ik heb hem gewoon al.’

Mistica houdt van haar rust, als iets die rust weghaalt, dan haalt zij dat weg. Zij wil door. Stefan: ‘Jij bent van groeien en je kan niet iedereen meenemen als je verder gaat.’ Mistica zegt: ‘Mensen zijn net palmbomen. Heen, en weer met de wind, die mensen moet je koesteren. Je komt, je leert me wat, gaat weer weg. Links, rechts, de boom blijft staan.’

Liselot maakt nog steeds foto’s. Stefan’s schaduw valt, en profil, op Mistica’s borst. ‘M’n schaduw omarmt je’, zegt Stefan. ‘Snap je’, zegt Mistica. Stefan maakt een polaroid. Mistica vindt het een mooi ding, ‘kapot oud, wauw’.

Nederland was niet haar keuze, eigenlijk. Ze is naar Nederland gekomen toen haar moeder overleed. Als een pilaar omvalt, valt het huis om. Mistica was zwanger van haar eerste dochter en besloot haar een beter leven te geven. Haar mama was haar alles; ze was nog in Curaçao geweest als zij er niet was. Meer een vriendin dan een moeder. Ze groeide op bij haar oma. Van haar oma leerde ze alles, in de keuken, kleren, schoonmaken. Maar voor haar oma koken mocht ze niet; alleen erbij zijn om te leren. Pas toen haar oma – toen Mistica 21 was – viel en verhuisde omdat ze zorg nodig had, stond Mistica voor het eerst alleen in de keuken. Ze trok bij haar moeder in, en daar moest ze koken als ze wilde eten.

‘Alles is taboe, hè, in Curaçao.’ Wat Marjorie heeft meegemaakt, wat ze zegt in de voorstelling, dat heeft zij ook, vertelt Mistica. Alles is taboe, niemand gelooft je, als er al iets is heb je het zelf veroorzaakt. Haar moeder geloofde haar niet, koos voor die persoon – de vader van Mistica’s jongste broer – en Mistica ging dus het huis uit. Ze ging bij haar oma wonen. In het weekend ging ze naar haar moeder, maar op een gegeven moment wilde ze niet meer. Het moest, want het was toch haar moeder. Niemand vroeg waarom ze dan niet wilde. De tijd is voorbijgegaan, dingen bezinken, vinden een plek, maar je word er wel snel volwassen van. Liselot vraagt hoe oud ze dan was. Acht jaar.

Ze was dus protective met haar meiden, met haar eigen dochters, maar misschien net niet protective genoeg, zegt ze. Dan vertelt Mistica over haar eigen vader. Stefan vraagt of hij nog leeft, ze antwoordt: ‘eh, onkruid vergaat niet!’ Ze zou wel eens naar Suriname willen, om die kant van de familie te ontmoeten. Ze kent ze niet, maar denkt wel dat ze nog weet waar ze wonen. Ze is daar geboren, maar opgegroeid op Curaçao. Toen ze haar allereerste klappen kreeg, was ze nog niet eens geboren. Haar moeder was zwanger van haar, er was zo’n glazen tafel, die scherven hebben haar gestoken. Maar Mistica pikt het niet meer. Voor haar kinderen was de regel: je moet een vechtsport doen. Mistica vertelt dat ze haar hele leven op karate heeft gezeten. ‘Het is perfect, die motion, strak’ – ze oefent nu voor drie keer de bruine band, het examen is in februari.

Ze vertelt dat ze geen tijd meer heeft voor domme dingen, voor jaloezie. Geen tijd meer voor mensen die haar leven zuur maken, voor ruzie. ‘De tijd is te kostbaar.’ De vroegere Mistica timmert je in elkaar: nu gaat ze simpelweg haar eigen weg, als jij dat doet, dan doe ik dit. ‘Ik hou van me rust, er komt hier geen auto voorbij.’ En wat haar rust wegneemt, gaat weg. Vijf of zes jaar geleden heeft ze zich laten dopen, ze heeft God leren kennen. Ze geeft mensen een kans, want 11 jaar geleden heeft zij een kans gekregen van God, na 4 kogels. ‘Wie ben ik om anderen geen kans te geven.’ ‘Maar’, zegt ze, ‘ze verpest haar tijd niet, en beschermt zichzelf wel.’ Het hart is de motor van je lichaam, als je het niet beschermt, ga je pijn krijgen. ‘Verspil mijn tijd niet’, zegt ze.

Stefan kan zich voorstellen dat met alles wat ze met mannen heeft meegemaakt – ‘ik haat ze niet’, reageert ze voordat hij uitgesproken is. We praten over haar man, hoe ze na vijf jaar uit elkaar weer samen zijn gekomen en uiteindelijk zijn getrouwd ‘voor Gods gezicht”. Ze was van plan alleengaand te blijven, ze was bang niet goed genoeg te zijn, maar is wel blij dat ze nu anders denkt.

We hebben het over jazz, en over honkbal. Mistica speelt bas, al heeft ze nu even geen versterker. Het is al drie uur, de zon staat steeds lager. Liselot wil naar buiten voor de foto. Of ze goed contact heeft met de buren, vraagt ze. ‘Welke buren?’ – ze kent ze allemaal. Mistica noemt alle buren op en waar iedereen hier op de galerij vandaan komt – Turks, Antilliaans, Marrokaans, alleenstsaand, Nederlands. Maar nee, daar ze heeft daar geen tijd voor. Ze kan niet met dat geroddel. Stefan kijkt naar zijn telefoon en zucht over de lockdown. Mistica zegt dat Nederland altijd lockdownland is geweest, alleen nu is het officieel. Zeker in de winter zegt Liselot. Een lockdown is relatief. We gaan naar beneden, naar buiten. Stefan is z’n jas vergeten.

Het is rustig op straat. Ze zegt dat haar straat heel stil is. ‘Hierboven maak ik weinig mee.’ Liselot maakt foto’s, hurkt, regisseert Mistica: ‘ja heel mooi, prachtig.’ Mistica zegt dat ze benieuwd is wat ik ga doen met al deze informatie; wat ik ga schrijven. Ze zegt dat ik hiervoor geboren ben: ‘je hebt veel fantasie.’ Ik zeg ‘dankjewel’, maar dat ik niks verzin. Stefan zegt: ‘ze luistert goed.’ Hij vindt Mistica meer een verteller. Mistica zegt dat ze meer een bemoediger is, dat ze zorgt voor mensen om haar heen. Ze leunt tegen een lantaarnpaal aan. Stefan wil een broodje halen bij het restaurant op de hoek, er is een afhaalloket. Mistica raadt het af, ‘ze zijn Antillianen die denken dat ze Suri zijn’ en ze vindt het eten daar niet goed. Toch wil Stefan een broodje.

We lopen terug; Liselot en Stefan met een broodje. Liselot vraagt Mistica of ze niet toch nog wat buren zullen vragen voor de foto, maar dat hoeft niet van Mistica. ‘Het is hier gewoon heel rustig, er is niemand te bekennen.’ In het trappenhuis ruikt het naar eten, Mistica zegt dat de buurman aan het koken is. ‘Maar of het zo goed smaakt als het ruikt…’ We halen onze tassen voor we weggaan. Je kan niet alles veranderen zegt Mistica als we in de gang afscheid nemen. De dag is zoals die is, vandaag bijvoorbeeld sloegen de stoppen door ’s ochtends. Liep ze de hele dag een uur achter. Ze zegt dat het is zoals ik zeg in de voorstelling: ‘alles verandert, is in evolutie’. Maar je gaat ook niet meer mee met de stroom als een dooie vis, er is wel vrije wil. God geeft je wat je kan dragen. ‘En wie heeft gezegd dat het makkelijk is?’ zegt ze. Morgen komt toch wel, zegt ze, ongeacht wat je doet en met of zonder jou erbij. ‘Same person, different day.’

Zomaar op Straat

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Zomaar op Straat is als theatrale interventie een onderdeel van ons langdurige project rondom het thema ‘armoede’. Het eerste project binnen dit thema is de voorstelling Zomaar een Straat (2019/2020): Een voorstelling met, door en voor Rotterdammers die te kampen hebben met armoede. Met een groep van 14 ervaringsdeskundigen zouden wij deze voorstelling in alle Huizen van de Wijk van Rotterdam spelen. Vanwege corona werd het repeteren en spelen met zo’n grote groep steeds moeilijker. Juist nu is het zo belangrijk verhalen met elkaar te blijven delen, elkaar te blijven opzoeken. Vanuit de toenemende urgentie om aandacht voor dit thema te blijven houden, besloten we niet Zomaar een Straat te spelen, maar elke week een theatrale interventie te plegen; Zomaar op Straat. Benieuwd naar onze voorgaande delen. Je kan ze teruglezen door gebruik te maken van de onderstaande hyperlinks:

Zomaar op Straat #1 – op pad met Aryan

Zomaar op Straat #2 – op pad met Catherine

Zomaar op Straat #3 – op pad met Julia

Zomaar op Straat #4 – op pad met Annuska en Meaghan

Zomaar op Straat #5 –  op pad met Marjorie en Precious

 


Deel deze pagina: