ZOMAAR OP STRAAT – THOMAS A KEMPISSTRAAT (IJSSELMONDE)

ZOMAAR OP STRAAT – THOMAS A KEMPISSTRAAT (IJSSELMONDE)

Zomaar op Straat  – THOMAS A KEMPISSTRAAT(IJsselmonde) met Julia, 18 november 2020, 15:00-17:30. Met Liselot van de Geer (regisseur / theatermaker) , Stefan van Hees (Creative producer) en Catherine Koekoek (onderzoeker Erasmus Universiteit). Tekst door Catherine, foto’s door Liselot. 

Als ik iets voor 12 aankom op station Lombardijen, en buiten in de zon even wacht op Liselot, hoor ik van achter me een bekende stem. Donovan komt achter me de trap opgelopen, in groen trainingspak en met een grote rugzak op zijn rug. We vragen elkaar wat we hier nu doen. Hij gaat dansles geven: ondanks de coronacrisis mogen de buurthuizen daarvoor gelukkig weer open. Hij hoopt dat we snel ook weer mogen repeteren. Als we elkaar als groep lang niet zien, vergeet hij een beetje waarom we het doen, raakt het wat meer op de achtergrond. Als Liselot naar boven komt voelt het even alsof we onze scène spelen en zij komt regisseren. Donovan leidt ons naar Julia’s huis, het is vlakbij, en hij moet toch die kant op. Het weer is zonnig en mild.

Liselot en ik zijn net binnen wanneer Stefan aanbelt. “Ja, te laat” zegt Julia en ze doet de deur weer dicht, laat hem dan lachend binnen. Het huis is vol en warm, de zon komt door de vitrage. We drinken koffie in de woonkamer, en kijken naar foto’s van een jongere Eyoma. De poster van Zomaar een straat hangt aan een lijntje naast een poster van Eyoma voor de voorstelling Feest! Vertel, zegt Liselot, “hoe is het met je, je ziet er supergoed uit.”

Het gaat goed met Julia, ze werkt wel veel, haar vrienden klagen dat ze slecht bereikbaar is. Ze heeft een nieuwe functie, en zo veel energie na bijna een jaar thuis. Liselot vraagt hoe het met Eyoma is, met het puberen. “Verschrikkelijk” antwoordt Julia. “Ze is een ramp, en ik ben een ramp voor haar.” Op school was er iets met een filmpje, in reactie op het filmpje dat de NOS maakte van de voorstelling vorig jaar, een ander meisje bedreigde Eyoma en ook haar moeder. Julia was wel geschrokken, ze ziet wel vaker filmpjes, maar het is toch anders als je je eigen naam hoort en die van je dochter. Ze wilde wel aangifte doen maar Eyoma zag dat niet zitten. “Je wil gewoon niet dat ze in die grotemensenshit zit” zegt Stefan, “hier op zuid gebeuren toch wel best heftige dingen.” Julia zegt dat ze op die leeftijd met barbies speelde. Liselot vertelt dat ze het, toen zij zo oud was als Eyoma, ook wel lekker vond een andere wereld te ontdekken, om iets van de straat mee te krijgen. Dat is goed voor haar geweest denkt ze, “ik ben al zo’n zachtgekookt ei.” Julia kent die straatcultuur helemaal niet, ze is juist heel beschermd opgevoed op het land.

Toch vindt ze het ook wel goed van Eyoma dat ze voor zichzelf op weet te komen. Laatst hield de buurman met opzet de deur dicht voor Julia, met 3 tassen, net geopereerd aan allebei haar heupen. Toen hij haar naar binnen liet moest hij heel hard lachen, en Julia lachte  mee. Maar Eyoma vond het helemaal niet grappig, en zei ‘U weet wel dat m’n moeder een operatie heeft gehad, ik vind u een aardige man, maar dit vind ik zo zwakzinnig, dag’, pakte de tassen en liep weg. Dat moet ze van haar vader hebben, denkt Julia.

Terwijl ik schrijf maken Liselot en Stefan foto’s, Liselot met mijn camera en een grote oude canon, en Stefan met een polaroid. Die foto’s krijgt Julia gelijk. De bel gaat. Julia kijkt verrast, en komt terug met een groot geel DHL pakket. “Kan ik niet naar de DM, komt de DM naar mij!” Stefan doet voor de foto’s de gordijnen open, laat zonlicht binnen. Liselot laat Julia eerst op mijn stoel zitten en dan bij het raam staan. De buren zullen wel denken, zegt Julia een paar keer. Boven trappelen de buurkinderen, het stoort haar niet. In dit huis groet iedereen elkaar, vertelt ze, alleen een beetje overlast van de bovenbuurman hiernaast, die is zwaar drugsverslaafd. “Als hij Michael Jackson muziek opzet kan je al de politie bellen” Dan stopt het niet meer voor uren, danst hij halfnaakt op het balkon en schreeuwt alles bij elkaar.

Wil je hier eigenlijk blijven wonen, of wil je weg, vraagt Stefan voor we naar buiten gaan aan Julia. Ze zou het liefst terug naar Duitsland willen, maar dat kan ze Eyoma niet aandoen. En wat ze eigenlijk wil, is weg van Havensteder. “Wat erg dat ik dat zeg.” Stefan vindt het wel logisch. Op een dag zat haar vader op het toilet en begon hij opeens te schreeuwen. Julia dacht dat hij weer een hartinfarct had, maar dat was niet zo – er kwam water uit het plafond. Jaren geleden stond er maandenlang water op haar balkon. Het werd pas opgelost nadat ze Aboutaleb zelf had gecontacteerd. Toen belde de baas van de woningcorporatie haar op die zei dat hij één maand had gekregen van de burgemeester om het op te lossen, dat hij wel zijn baan zou kunnen verliezen. Julia speelt het telefoongesprek na: “meneer, daar heb ik niks mee te maken.” Maar nog steeds is het financieel niet opgelost. In de lente werd ze geïnterviewd voor een artikel op Vers Beton, waarna Havensteder belde of ze dat niet meer wilde doen, de publiciteit opzoeken.Maar die vergoeding van 700 euro heeft ze nog nooit gezien.

We zijn eigenlijk op weg naar buiten, maar het gesprek leidt via series, schaken, horror en headbangen tot Julia’s relatie met haar moeder. Als tienermeisje schoor ze stiekem de zijkanten van haar haar af. Thuis droeg ze dan een hele brave middenscheiding zodat het niet zichtbaar was. Maar voor ze naar school ging maakte ze in de schuur van het buurmeisje een hanenkam met inkt en suikerwater. Op een dag moesten haar ouders onverwachts op school komen, bij de directeur. “M’n moeder was in shock, m’n vader vond het fantastisch” zegt Julia. Op school werd ze gepest. Thuis was ze close met haar vader, haar relatie met haar moeder was niet goed. Haar moeder was altijd zo dun, Julia laat het zien met haar pink, altijd maatje 32, een echte natural beauty. Julia was als enige in de familie dik. Haar moeder schaamde zich daarvoor. Op familiefoto’s, vertelt Julia, was het sprietje sprietje sprietje JULIA. En nog steeds, vertelt Julia, heeft haar moeder nog nooit gezegd ‘ik ben trots op je’ of ‘ik hou van je’. Nu heeft ze daar vrede mee, zegt Julia, ze heeft haar moeder vergeven – al zal ze het nooit vergeten. Ze weet dat haar ouders van haar houden, dat blijkt uit alles wat ze doen. Zoals dat pakket van vandaag. Nu heeft ze de inhoud ervan zelf gekocht. Toen Julia in de schulden zat stuurden ze elke week zo’n care pakket.

Rond half 3 gaan we naar buiten. De zon schijnt net niet meer op straat, alleen nog op de tweede verdieping. Liselot is een beetje gefrustreerd, ze is op zoek naar goed licht. Julia groet een buurman die langsloopt met een mondkapje op. Verder is er niemand op straat. Julia belt aan bij twee buurvrouwen. Een buurman rijdt in een dure auto een garage uit. Dat is mijn werkauto met chauffeur, grapt Julia. Stefan raakt aan de praat met het oudere stel dat bij de auto hoort. Ze wonen hier al 41 jaar. Of ze hier fijn wonen? Nee, niet meer. “Je ziet ’t zienderogen achteruit gaan.” Je mag het eigenlijk niet zeggen, zegt de man, maar ga maar na, “er zijn hier zeven nationaliteiten op de trap” en niemand zegt hoi. Vroeger gingen ze daar op het grasveldje zitten, één nam koffie mee, de ander koekjes. Hoe is dat bij jou, vraagt Liselot aan Julia, die erbij komt staan. Julia vertelt over de relatie met haar buren, de buurvrouwen die net op de foto zijn geweest. In haar portiek groet iedereen elkaar. Zo kom je nog eens wat te weten, zegt de mevrouw die hier al 41 jaar woont.

Even later vraag ik Julia wat ze daar nou van denkt, en ze vertelt dat deze buurman haar in de eerste jaren dat ze hier woonde zelf ook nooit groette. Tot op een zaterdagavond opeens zijn hoofd voor haar raam verscheen, op de eerste verdieping. Ze vond het erg onbeleefd, deed het raam open en zei dat ook tegen hem: nou meneer, u groet mij nooit, en nu staat u op zaterdagavond op een ladder voor het raam bij een alleenstaande vrouw? Sindsdien kennen en groeten ze elkaar.

Terug in Julia’s huis pakt ze het pakket van haar ouders uit. Liselot legt het vast. Julia leest het kaartje voor: het is Duits, maar ze vertaalt het voor ons naar het Nederlands. Het sluit af met Wir Lieben Euch. We houden van jullie. Het staat er echt.


Deel deze pagina: