
Al sinds 1992 maakt het Rotterdams Wijktheater theatervoorstellingen door en voor bewoners van de Rotterdamse wijken. Ooit begonnen als een klein, maar all-round driemanschap dat op alle fronten de handen uit de mouwen moest steken, groeiden we in de loop der jaren uit tot een tienkoppige professionele organisatie die jaarlijks zorgt voor meer dan 70 voorstellingen in uiteenlopende zalen van buurthuizen en wijkcentra en die tweejaarlijks het Internationaal Wijktheater Festival organiseert.
Onveranderd is het Rotterdams Wijktheater trouw
gebleven aan haar oorspronkelijke doelstelling: het
bereiken van nieuwe publieksgroepen. Dat doen we
volgens een beproefde formule:

Annelies Spliethof, Hans Verhoef en Eden Bezuneh tijdens "Verhalen uit de Droogdok".
Authentieke voorstellingen
Door het authentieke en multiculturele karakter van
de voorstellingen worden al jaren duizenden mensen
bereikt die anders waarschijnlijk niet naar toneel
zouden zijn gegaan; mensen die vaak weer
terugkomen bij de volgende wijktheatervoorstelling;
mensen die weer ándere mensen meenemen; mensen
die veel genoegen beleven aan levendig, boeiend,
ontroerend en onderhoudend toneel; mensen die
altijd weer zorgen voor volle zalen; mensen die na
het zien van een voorstelling ook wel eens zelf
zouden willen spelen... Al deze mensen vormen het
levende bewijs dat de behoefte aan deze
persoonlijke en ontroerende vorm van theater groot
is.

Stefan van Hees, regisseur.
Vaste aandachtsgebieden
Om al die mensen te bereiken richt het Rotterdams
Wijktheater zich op drie aandachtsgebieden:
1. Voorstellingen voor een volwassenenpubliek.
Hieronder vallen al onze reguliere, niet specifiek
voor één doelgroep gemaakte voorstellingen.
2. Voorstellingen voor een jongerenpubliek Na de
eerste zes jaar van ons bestaan vooral
voorstellingen voor volwassenen te hebben
gemaakt kwamen we in 1998 uit met onze
eerste jongerenproductie (Fawaka) Gevolgd
door nieuwe jongerenproducties in 2000
(Jebbel) en 2002 (Players). Door ook bij deze
producties uit te gaan van de belevingswereld
van de jongeren zelf, kunnen we een publiek
van met name VMBO-scholieren aanspreken.
Als een van de weinige theatergezelschappen
lukt het ons om juist deze groep jongeren te
enthousiasmeren voor theater. En ze terug te
laten komen. Onze jongerenvoorstellingen zijn
niet aan te slepen. Dat dit vast onderdeel is
geworden van ons beleid, is meer dan
vanzelfsprekend.

Anamaria Cruz, Acquisitie en publiciteit, coordinatie ICAF 2008/ 2011.
3. Voorstellingen voor een ‘dagpubliek'. In 2001
maakten we een voorstelling over gezondheid
(El Hamdoulilah). Deze voorstelling werd - in
tegenstelling tot de andere voorstellingen - ook
overdag gespeeld. Daarmee bereiken we een
publiek dat om uiteenlopende redenen 's avonds
de deur niet uitgaat. Publiek dat dus nooit naar
onze voorstellingen zou zijn gegaan als we niet
hadden besloten overdag te spelen, tijdens
schooluren. Ook hier blijken we in een behoefte
te voorzien die zo groot is, dat we in 2003 met
een nieuw programma uit zijn gekomen (Hou
mijn hart vast) en het streven om ook overdag
te spelen tot vast onderdeel van ons beleid
hebben gemaakt.

Kaat Zoontjens, video, regisseur.

Peter van den Hurk geeft regie aanwijzingen aan Pierre van Hooijdonk.

Annelies Spliethof, regisseur, met speelster Pembe Bayrak
Nieuwe theatermakers
Tegelijk met de groei van het Rotterdams Wijk-
theater neemt ook de vraag vanuit de buurt-
huizen en wijkcentra toe. Zowel in Rotterdam
als daarbuiten. Vér daarbuiten. Die groei is
tweeledig. Enerzijds worden er steeds meer
voorstellingen geprogrammeerd. Anderzijds vragen
steeds meer buurthuizen en wijkcentra of wij in
hun wijk met een groep bewoners een productie
willen maken. Deze tendens is in Rotterdam al
enkele jaren merkbaar aan de gang.

Heleen Hameete, zakelijke leiding.
Maar de afgelopen twee jaar komt er ook een stroom van verzoeken van buiten de stad op gang. Verzoeken om voorstellingen te spelen, maar ook verzoeken voor begeleiding bij het opzetten van wijktheater
in andere steden.Tot nu toe richten wij
ons voornamelijk op Rotterdam. Maar de vraag van
buiten laat ons niet onberoerd. Daar moet iets mee
gebeuren. Om die reden zijn we hard aan het werk
om op een geleidelijke en organische manier een
scholingstraject voor nieuwe wijktheatermakers op
te zetten. En daarmee richten wij ons op een heel
speciale doelgroep:
de theatermakers, de regisseurs en docenten drama in
opleiding die normaal gesproken alleen binnen het
reguliere theater zouden werken en zon
der ons nooit
aan een baan binnen het wijktheatercircuit zouden
hebben gedacht.

Hans Verhoef, huisacteur.
De techniekjongens; Robert Jan Schmidt en Wouter Vrijkotte.

Suzanne Bruning, regisseur

Carla Verwer, regisseur